Historie
Speelkaarten bestaan al sinds mensenheugenis. Maar waar vond de speelkaart zijn oorsprong? De meest voor de hand liggende vragen over de oorsprong van het kaartspel zijn nauwelijks meer te beantwoorden. Waar komt het kaartspel bijvoorbeeld vandaan en hoe oud is het eigenlijk? En wanneer zijn we schoppen, harten, ruiten en klaveren gaan gebruiken en waarom zitten er heren, vrouwen en boeren en azen in het spel?

Speelkaarten

De eerste kaarten worden omstreeks 1370 in Italië gesignaleerd. Waar ze vandaan komen, is onduidelijk. Waarschijnlijk niet uit Europa, maar uit het Oosten. Binnen een periode van twintig jaar na de eerste vermeldingen wordt er overal in Europa gekaart, ook in onze streken. Het spel schijnt niet iedereen te bevallen. Er komt verzet, vooral van de kant van de kerk in Rome. Het verhaal gaat dat de later heilig verklaarde Bernard van Sienna in 1423 op de trappen van het Italiaanse Bologna, het nieuwe vermaak een uitvinding van de duivel heeft genoemd. Zijn vlammende betoog zou het kaartspel nadien de bijnaam “het duivels prentenboek” hebben bezorgd.

Uit de eerste periode zijn maar weinig kaarten bewaard gebleven. Na 1600 nemen de aantallen toe en krijgen we een indruk van de enorme productie die er toen overal moet zijn geweest. Ook in Nederland, waar spellen zowel geëxporteerd als geïmporteerd worden.

Aan de geïmporteerde kaarten danken wij de afbeelding van de heer, de vrouw, de boer en de aas, zoals wij deze tegenwoordig nog steeds kennen. Het is een kaartbeeld dat vermoedelijk in Lyon werd ontwikkeld. Via een andere Franse stad, Rouen, raken we er in de loop van de 16e eeuw ook bij ons mee vertrouwd. De figuren zijn dan nog enkel en staande afgebeeld. Tegen het midden van de 18e eeuw komt het dubbelbeeld in gebruik; vanaf dat moment maakt het niet meer uit hoe de kaarten in de hand worden gehouden.

Koningen, koninginnen en jonkers zijn als heren, dames en boeren geleidelijk gemeengoed geworden. Hun rangorde in het spel was kennelijk voor iedereen duidelijk herkenbaar en begrijpelijk. De symbolen harten, schoppen, klaveren en ruiten symboliseren de vier klassen van de toenmalige samenleving. ‘Harten’ staat voor de geestelijkheid, ‘Schoppen’ is de punt van een lans en staat symbool voor de adel en de hoge militairen van de koning, ‘Klaveren’symboliseert de boerenstand en de landeigenaren en ‘Ruiten’ tenslotte staat voor de vorm en glans van diamanten, het symboliseert de rijkdom van de kooplieden.